Ik loop al een tijd rond met één gedachte: kwaliteit is onzichtbaar geworden voor wie er niet dagelijks mee bezig is. Dat is geen verwijt.
Ik maak al bijna dertig jaar websites. In het begin zelfs nog in Kladblok, regel voor regel. Het vak is sindsdien veel veranderd, en meestal was dat een goede zaak: betere browsers, betere tools, meer mogelijkheden voor meer mensen. AI hoort daar voor mij ook bij! Ik gebruik het graag: om sneller te werken, om een half idee scherper te krijgen, of gewoon als sparringpartner. Maar het blijft gereedschap. Het vervangt geen stielkennis en geen oog voor wat goed is.
Wat mij dwarszit, is dus niet de tool. Het is dat we hem maar al te makkelijk voor ons laten denken, en dat we zo snel wennen aan wat hij oplevert.
Alles lijkt stilaan op elkaar
De ene website na de andere heeft dezelfde opbouw: een grote titel, drie blokjes met een icoontje, een knop eronder. Elke site ziet er verzorgd uit, en toch weet je een minuut nadat je het tabblad dichtgedaan hebt niet meer van wie hij was.
Het is alsof je door een straat loopt waar alle huizen volgens hetzelfde plan gebouwd zijn. Elk huis is op zich prima, maar je kan ze niet meer uit elkaar houden. Eenheidsworst!
Niemand heeft dat zo beslist. Zo'n AI-tool leert wat het meest voorkomt in alle voorbeelden waarmee hij gevoed is, en als we allemaal dezelfde tools gebruiken, komen we uit bij hetzelfde gemiddelde. Dat gemiddelde is zelden slecht, maar eigenzinnig is het ook nooit. Teksten kloppen, maar zeggen niets. Een ontwerp dat durft af te wijken, zie je steeds minder. Scroll maar eens door Facebook: dezelfde gladde gezichten in hetzelfde zachte licht, dezelfde kleuren, dezelfde verfstrepen achter teksten en dezelfde snorhaartjes rond de titels. En wat je overal ziet, begin je vanzelf normaal te vinden.
Het verschil zit waar je niet kijkt
Zet de site eens in een andere situatie, en dan valt het verschil wel op.
Goede code vertelt wat elk stuk van de pagina is: dit is een titel, dit is een menu, dit is een knop. Dat heet semantische code. Zoals in Word: een titel die je als titel opmaakt, is meer dan grotere letters. Op het scherm zie je geen verschil. Maar een blinde bezoeker laat de pagina door speciale software voorlezen en springt via de titels van stuk naar stuk, zoals jij met je ogen. Zonder echte titels moet hij alles van begin tot einde beluisteren.
Iemand op de trein met slecht bereik zit te wachten voor een leeg scherm. Hoe meer overbodige code, hoe langer het laden duurt, ook als er op de pagina vooral tekst staat.
Zonder een doordachte structuur is elke latere aanpassing aan je website een gok, met onverwachte bijwerkingen. Wat een kleine wijziging leek, kost daardoor onnodig veel tijd.
Niets daarvan zie je op een voorbeeldontwerp zonder context. En wat je niet ziet, kan je ook niet beoordelen.
Het Dunning-Krugereffect van webdesign
In 1999 beschreven de psychologen David Dunning en Justin Kruger hoe mensen met weinig kennis van een onderwerp hun eigen kunnen vaak overschatten. Hun verklaring: net door dat gebrek aan kennis missen ze het inzicht om hun fouten te zien.
Een tool geeft je het resultaat van de kennis, maar niet de ervaring om dat resultaat te beoordelen: ik noem dat het 'Dunning-Krugereffect van webdesign'. We beoordelen enkel wat we zien, en dat ziet er op het eerste zicht vaak prima uit.
Wanneer de ondergrens de norm wordt
Soms volstaat een site uit een AI-tool. Maar als dat niveau de nieuwe norm wordt, is het web voor iedereen een beetje armer.
Wie gewend raakt aan werk dat in vijf seconden klaar is, verliest gaandeweg het gevoel voor wat degelijk werk vraagt: tijd, aandacht en ook geld. Wat zorgvuldig werk kost, lijkt dan al snel veel, gewoon omdat de vergelijking niet meer klopt. En zo zakt de lat, niet ineens maar site na site, tot niemand nog weet waar ze ooit lag.
Kwaliteit verdwijnt zelden met een knal. Dat gaat geleidelijk, zonder dat iemand het merkt.
Waar je op kan letten
Je hoeft dit niet allemaal zelf te leren beoordelen. Dat is mijn werk, en het werk van iedereen die dit vak serieus neemt. Wat je wel kan doen, is drie simpele vragen stellen aan wie jouw site bouwt. Maak je hem zelf met een tool, stel ze dan aan jezelf.
- Wat hoort iemand die blind is, als zijn programma de pagina voorleest?
- Hoe snel laadt de pagina op een gsm met slecht bereik?
- Wie kan de site over twee jaar nog aanpassen, en wat kost dat dan?
De antwoorden hoeven niet technisch te zijn: een eerlijk antwoord volstaat. Je hoort meteen of iemand er ooit over nagedacht heeft.
Wil je het antwoord op de eerste vraag zelf eens horen? Er zit al een voorleesprogramma in je telefoon: VoiceOver op een iPhone, TalkBack op Android. Stichting Appt legt in gewone taal uit hoe je het aanzet op een iPhone (opent in een nieuw venster) of op Android (opent in een nieuw venster), en hoe je het weer uitzet. Lees dat laatste eerst: zolang het aanstaat, reageert je scherm anders dan je gewend bent.
Kwaliteit is onzichtbaar geworden voor wie er niet dagelijks mee bezig is. Dat maakt kwaliteit niet minder nodig. Iemand moet ze gewoon blijven tonen.